Zwarte zwaan

De zwarte zwaan (Cygnus atratus) is een soort zwaan, afkomstig uit Australiƫ, Tasmaniƫ en Nieuw-Zeeland. Hij leeft in zoet- en brakwatergebieden en voedt zich met grassen en waterplanten.

De vogel heeft als enige zwaan een zwart verenkleed, al is de zwarthalszwaan ook gedeeltelijk zwart. De kuikens worden door de ouders samen opgevoed. De zwarte zwaan is niet honkvast. Bij zwerftochten kan hij afstanden van honderden kilometers overbruggen en zorgt zo ook zelf voor zijn verspreiding. Kenmerkend zijn de klagende, trompetterende roep bij hun nachtelijke vluchten.

De zwarte zwaan is bijna volledig zwart met enkel witte handpennen. De rozerode snavel is lichter op de punt. De poten zijn grijs van kleur. Hij wordt 110 tot 140 centimeter lang en tot zes kilogram zwaar. De geslachten zijn qua uiterlijke kenmerken gelijk.

De zwarte zwaan heeft van alle zwanen de langste hals: meer dan half zo lang als de totale lichaamslengte.

De zwarte zwaan is een populaire sierwatervogel die veel wordt gehouden en gekweekt. Zwarte zwanen komen van alle zwanensoorten het meest in particuliere collecties voor. Ze zijn sterk, gemakkelijk te houden en redelijk winterhard. Ontsnapte of uitgezette exemplaren kan men ook in de Europese natuur tegenkomen, maar worden beschouwd als exoot. Omdat zwarte zwanen van oorsprong uit Australiƫ komen, broeden ze in Europa het gehele jaar door.

Afwijkend van de knobbel- en zwarthalszwaan is dat bij de zwarte zwaan zowel man en vrouw elkaar tijdens het broeden aflossen. De broedduur is 5 weken. Tijdens de broedtijd kan vooral de man nogal dominant, dreigend en zelfs wat agressief zijn. Hij jaagt andere vogels uit de nestomgeving weg en valt soms zelfs mensen aan. Bij het dreigen worden de hals gestrekt en kunnen er forse tikken met een vleugel worden uitgedeeld.

Comments are closed.