Zwarte tulp (Queen of Night)

Queen of Night is de donkerste tulp die bestaat en wordt ook wel “zwart tulp” genoemd. De Latijnse naam is Tulipa. Deze tulp heeft een zwartpurperen kleur en behoort tot de laatbloeiende tulpen. Late tulpen zijn soorten die laat (eind april – mei) bloeien op lange stelen (50 – 60 cm) met grote meestal eivormige bloemen.
De zwarte tulp heeft een magische uitstraling en er is eeuwen naar gezocht om een geheel zwarte tulp te krijgen. Dit is echter tot op heden niet gelukt.

In 1895 maakte de Nederlandse tulpenkweker Jan Jacob Grullemans bekend dat het schijnbaar onmogelijke hem was gelukt en dat hij een zwarte tulp had gekweekt. Vol trots noemde hij de nieuwe soort “Queen of Night” – koningin van de nacht. Bij het juiste licht lijkt de “Queen of Night” inderdaad zwart, maar bij nadere beschouwing blijken de bloemblaadjes heel donkerpurper te zijn.
Het ontwikkelen van een echt zwarte tulp is volgens experts onmogelijk. Voor een bijna zwarte tulp kun je ook kijken naar de tulpen “Burgundy”, “Black Parrot” of “Black Diamond”.

De tulp is zonder twijfel de bekendste bloembol. Tulpen worden op zeer grote schaal geteeld, vooral in Nederland waar de geschiedenis terug gaat naar het eind van de 16e eeuw. Toen groeide en bloeide de eerste tulp in Leiden. Nu, meer dan 400 jaar later, worden er biljoenen tulpen geteeld, waarvan het grootste gedeelte geëxporteerd wordt.

Tulp (Tulipa) is een geslacht van eenzaadlobbige planten uit de Leliefamilie (Liliaceae). Tulpen werden in de westelijke wereld geïntroduceerd door de Weense ambassadeur voor Turkije, Ghislain de Busbecq, die over de bloemen schreef die hij in 1551 in het Turkse Edirne had gezien. Later zond hij enkele zaden ervan naar Oostenrijk. De aankomst van een vracht tulpenbollen in 1562 in Antwerpen betekende het begin van de Europese tulpenteelt. Rond 1593 verschenen de eerste exemplaren in Nederland. De eerste gedocumenteerde exemplaren werden door Carolus Clusius geplant in de door hem vanaf 1593 geleide Hortus botanicus Leiden. De bostulp (Tulipa sylvestris) is de enige soort die in Nederland in het wild voorkomt en is ingeburgerd vanaf de 19e eeuw.
Ottomaanse sultans droegen een tulp op hun tulband als symbool. De naam tulp is zo afkomstig van het Perzische woord “tulipan” wat tulband betekent.

In de 17e eeuw (1630 – circa 1637) ontstond er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden rond de tulpenbol een bizarre tulpenmanie, ook wel “tulpenrage”, “tulpengekte”, “tulpomanie” of “bollengekte” genoemd: plotseling werden tulpenbollen speculatieve handelswaar. De gekte dreef de prijzen op tot exorbitante hoogte, zelfs tot de bol zijn gewicht in goud waard was. De rage was eind 1636, begin 1637 op zijn hoogtepunt. In februari 1637 zakte de ‘bollenmarkt’ even plotseling in als zij ontstaan was; veel bollenspeculanten bleven berooid achter

Zwarte tulpen maken een bruidsboeket heel exclusief

Nederland is beroemd om zijn gecultiveerde tulpen en is een van de meest dominante exportlanden van tulpen en tulpenbollen. Traditioneel wordt in de lente in de Keukenhof in Lisse een expositie gemaakt van miljoenen tulpen die vooral door toeristen goed wordt bezocht. Daarnaast komen er bussen vol toeristen om de tulpenvelden te bekijken. Het bekendst zijn de meer traditionele velden langs de duinen van Zuid-Holland en de West-Friese polders. Het merendeel van de tulpen is echter te vinden in Flevoland met name in de Noordoostpolder (ruim 2000 hectare).

Comments are closed.