Zwarte ooievaar

De zwarte ooievaar oftewel Black Stork (Ciconia nigra) is een grote vogel (122 cm) met rode poten en snavel. De zwarte ooievaar heeft een spanwijdte van 170 tot 205 cm. Hij verschilt van de gewone, witte ooievaar doordat hij een geheel zwarte kop en vrijwel geheel donkere vleugels heeft. De zwarte ooievaar is in tegenstelling tot de gewone ooievaar een schuwe vogel die zich behalve tijdens de trek zelden buiten het bos of het moeras laat zien.
De zwarte ooievaar bouwt een groot nest van takken dat door hetzelfde paartje ieder jaar opnieuw gebruikt wordt, hierbij wordt het nest telkens uitgebreid en kan zo erg groot worden. Het voedsel bestaat onder andere uit amfibieƫn en kleine zoogdieren, die gevangen worden in vochtige weiden, moerassen of ondiep water.

De soort komt voor van Europa tot Zuid-Afrika. In de Belgische Ardennen is de zwarte ooievaar een broedvogel. Nederland ligt aan de noordwestelijke rand van het natuurlijk verspreidingsgebied en heeft in het verleden zwarte ooievaars gehad. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar echter een eind aangekomen. Thans is hier de zwarte ooievaar geen broedvogel meer, maar in het rivierengebied is hij wel een schaarse maar regelmatige gast, die bovendien steeds vaker wordt aangetroffen.

Men hoopt dat door natuurontwikkeling in projecten als de Gelderse poort een geschikt biotoop ontstaat. Omdat de zwarte ooievaar met name in Polen, bijvoorbeeld in de nationale parken van de Bierbrza en Bialowieza in aantal toeneemt, is er een kans dat deze soort in Nederland als broedvogel zal terugkeren.

Zwarte ooievaars zijn trekvogels die grote afstanden af kunnen leggen. In Zuid-Afrika worden zij vaak tezamen met de wat kleinere, ook grotendeels zwarte Abdims ooievaar aangetroffen.


 

Comments are closed.